Presikhaaf 2 / Deltakwartier Arnhem

Presikhaaf 2 is gebouwd vanaf eind jaren ’50. Op een, voor die tijd, moderne manier. Flats en eengezinswoningen vormen samen een blok (‘stempel’) met in het midden groen: gras en bomen. Prima in de jaren ’50 en ’60. Veel groen en ruimte voor kinderen om veilig te spelen. Maandag wasdag en op zondag naar de kerk. Maar de maatschappij en dus ook de bevolking van Presikhaaf 2 veranderde. Niet iedereen maakt zich meer druk om die gezamenlijke groene ruimte. In het stedenbouwkundig plan voor de nieuwe buurt in Presikhaaf 2 behouden we de sterke punten: veel groen en ruimte, maar nu in geconcentreerde vorm.

Stedenbouwkundig plan Deltakwartier

 

Deltakwartier is de herstructurering van een woonbuurt uit de wederopbouwperiode. Vanuit de door cultuurhistorie ingegeven wens om aan het idee van het stempelen vast te houden zijn we tot een interpretatie gekomen. Om eenvormigheid te voorkomen worden de stempels op een minder ‘mechanistische’ wijze herhaald. Eerder iets als de menselijke stempel van Yves Klein, waarbij variatie en differentiatie ontstaat terwijl de afdruk van de stempel herkenbaar blijft en daarmee zijn functie als ordenend principe behoudt. De ruimte tussen de stempels is de openbare ruimte, het nieuwe openbaar domein. Deze ruimte vormt de verbinding tussen de woning en het weefsel van de stad, tussen Deltakwartier en haar omgeving. Door verschillen in afstand tussen de stempels en de wijze van inrichten ontstaan ruimtes met verschillende kwaliteiten en functies (Lanen, Ecozone, Speelstraat, Groene Spie…)

 

Architectonische opgave

De woningen liggen in de “molenwiek” verkaveling om de binnenterreinen. Aan de binnenzijde van het bouwblok bevinden zich het parkeren voor bewoners en de privé-tuinen. Voor de identiteit van de woning is zowel (het thema’s voor) de openbare ruimte als de ligging in de molenwiekverkaveling van belang. Voor Deltakwartier is de keuze gemaakt de architectonische opgave niet te koppelen aan de thema’s voor het openbaar gebied, dus bijvoorbeeld niet één architect voor de Speelstraat, maar de opgave te koppelen aan de positie (kleur in de kaart, zwart, blauw, rood en geel) in de molenwiek. Dit zorgt ervoor dat Deltakwartier niet uiteenvalt in verschillende sferen, maar dat het één consistente buurt wordt. De architecten worden op deze wijze gedwongen om de afzonderlijke opgaven waar ze voor gesteld worden in de totale context te bezien. De kwaliteit van de stempel door de kracht van en de herkenbaarheid van de herhaling komt zo het best tot zijn recht. Van de architectuur wordt wel verwacht dat ze inspeelt op de thema’s van de aanliggende buitenruimte. Deze vormen de aanleiding om de architectuur te differentiëren.

Naast deze ‘vier architecturen’ is er nog een vijfde. Dit is de architectuur die verbindt. De openbare ruimte, de overgangen openbaar – privé en een verbindende ‘plint’ in de architectuur, uitgewerkt in de vorm van licht gekleurd metselwerk of betonelementen.

 

Foto: Petra Appelhof